Nieuws
De 4-dagenregel beschermt medewerkers — en maakt zzp’ers onmisbaar
februari 9, 2026
In de kinderopvang draait alles om continuïteit, veiligheid en vertrouwde gezichten op de groep. Maar de praktijk is weerbarstig. Ziekmeldingen komen zelden gepland en piekmomenten laten zich niet vangen in roosters die weken van tevoren vaststaan. Juist daar botst de dagelijkse realiteit met het arbeidsrecht.
De 4-dagenregel: goede bescherming, lastige praktijk
Voor medewerkers in loondienst – óók flexpoolmedewerkers – geldt de oproeptermijn van vier dagen uit de Wet Transparante en Voorspelbare Arbeidsrelaties. Deze regel is doorvertaald in de cao Kinderopvang en in uitzend-cao’s.
Die oproeptermijn is terecht. Werknemers hebben recht op voorspelbaarheid: weten waar en wanneer je werkt vermindert werkdruk, vergroot regie over privé-tijd en helpt uitval voorkomen. Het is dus een beschermingsmaatregel — en een belangrijke ook.
Maar bescherming heeft een keerzijde.
Wanneer een pedagogisch professional zich ’s ochtends ziek meldt, mág een werkgever in principe niet dezelfde dag nog een oproepkracht of flexpoolmedewerker in loondienst inzetten als die niet vier dagen eerder is opgeroepen. Juridisch gezien schuurt dat met de regels die juist bedoeld zijn om werknemers te beschermen.
De wet beschermt medewerkers — maar lost het roosterprobleem niet op.
Wat er in de praktijk misgaat (maar zelden hardop wordt gezegd)
Binnen de sector wordt breed erkend dat de 4-dagenregel onder druk staat. Flexpoolmedewerkers in loondienst worden toch gebeld bij plotselinge uitval, met de verwachting dat zij “even inspringen”. Formeel mogen zij weigeren wanneer de oproep te laat is, maar in een afhankelijkheidsrelatie voelt dat voor veel medewerkers niet als een echte keuze.
Hier ontstaat precies het probleem dat de wetgever wilde voorkomen:
druk op beschikbaarheid, onvoorspelbare werktijden en oplopende werkstress.
Dat vergroot juist de kans op uitval — het tegenovergestelde van wat de regelgeving beoogt.
Vakbonden zoals FNV en CNV kijken daarom kritisch naar hoe oproepkrachten en flexpoolmedewerkers in de praktijk worden ingezet. De oproeptermijn is geen administratieve formaliteit, maar een vorm van arbeidsbescherming.
De keuze is dus niet:
“Volgen we de regels of willen we flexibel zijn?”
De echte vraag is:
Hoe blijven we flexibel zónder de bescherming van werknemers uit te hollen?
De realiteit op de groep wacht geen vier dagen
Kinderen kunnen niet “even wachten” tot de oproeptermijn verstreken is. De BKR blijft gelden. Ouders rekenen op opvang. Teams raken overbelast als gaten niet snel worden opgevuld. Locatiemanagers moeten dus handelen — direct.
En daar komt de zzp-pedagogisch professional in beeld.
Zzp-inzet is geen truc, maar een logische en legale oplossing
Zelfstandig werkende pedagogisch professionals vallen niet onder de oproepregels van het arbeidsrecht. Zij kiezen zélf of en wanneer zij een opdracht aannemen. Dat is precies wat hen onderscheidt van werknemers: geen gezagsverhouding over beschikbaarheid, geen verplichte oproepstructuur, maar vrije acceptatie per dienst.
Bij vervanging wegens Piek en Ziek is dat geen omzeiling van regels, maar juist een oplossing binnen de regels.
De inzet is:
- Kortdurend (vaak 1–3 dagen)
- Onvoorzien (ziekte of onverwachte drukte)
- Per dienst overeengekomen
- Vrij aanvaard of geweigerd door de professional
Dat sluit aan bij hoe wet- en regelgeving zelfstandigheid beoordelen: tijdelijke, afgebakende opdrachten zonder structurele inbedding in het vaste team.
Zzp-inzet voorkomt zo dat medewerkers in loondienst onder druk worden gezet om tóch buiten de oproepregels te werken.
Ook budgettair is het een rationele keuze
Naast arbeidsrechtelijke logica is er een financiële realiteit. Inzet via uitzendconstructies brengt bureau-marges, werkgeverslasten en langduriger verplichtingen met zich mee. Zzp-inzet bij Piek en Ziek is vaak transparanter en doelgerichter: je betaalt voor daadwerkelijk gewerkte uren, zonder loondoorbetalingsverplichting bij uitval of oproeprisico’s.
Dat maakt het geen “goedkope oplossing”, maar een efficiënte oplossing voor precies dat probleem waarvoor hij bedoeld is: kortdurende, onvoorspelbare uitval.
Wat succesvolle locatiemanagers anders doen
In de praktijk zie je dat goed draaiende locaties één ding gemeen hebben: ze wachten niet tot maandagochtend.
Statistisch gezien worden veel invaldiensten al op zondagmiddag geregeld. Dan wordt duidelijk hoeveel collega’s ziek uit het weekend komen of maandagochtend niet kunnen starten. Locatiemanagers die dan al kunnen schakelen, beginnen de week met rust in plaats van paniek.
Met directe toegang tot duizenden gekwalificeerde, gediplomeerde en gescreende pedagogisch professionals — met geldige VOG en eigen verzekering — kunnen diensten snel worden uitgezet en ingevuld.
Niet via druk op medewerkers in loondienst.
Niet via juridisch kwetsbare noodgrepen.
Maar via professionals die er bewust voor kiezen flexibel in te vallen.
De zzp’er is geen luxe. Het is een veiligheidsventiel.
De discussie over zzp in de kinderopvang wordt vaak ideologisch gevoerd. Maar op de werkvloer is het vooral praktisch. Zonder zelfstandige invalprofessionals komt de druk volledig bij vaste teams te liggen of moeten groepen (deels) sluiten.
Zzp-inzet bij Piek en Ziek is geen vervanging van vaste banen.
Het is een schokdemper in een systeem dat anders vastloopt op zijn eigen beschermingsregels. Wie de kwaliteit, continuïteit én gezonde werkomstandigheden in de kinderopvang serieus neemt, kan niet om die realiteit heen.