Blog
Recente uitspraak (van het hof Den Bosch) relevant voor de kinderopvang!
Door Steven Lenderink op januari 26, 2026
Recent oordeelde het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch dat een zzp-er POH zelfstandig ondernemer is en geen gezagondergaat door de huisarts omdat:
a) sprake is van een eigen professie met diploma’s en certificaten
b) de zzp’er zelfstandig verantwoordelijk is voor de uitvoering van de inhoud van de opdrachtovereenkomst.
Deze redenering sluit aan op de juridische discussie rond zzp-inzet in de kinderopvang.
Onderscheidend is niet of er protocollen, regelgeving of kwaliteitsnormen bestaan — die zijn er immers in de kinderopvang — maar of daadwerkelijk gezag wordt uitgeoefend. Uit vaste jurisprudentie blijkt al decennialang dat de aanwezigheid van organisatorische kaders of inhoudelijke richtlijnen niet automatisch leidt tot een gezagsverhouding.
De Hoge Raad oordeelde reeds in de jaren ’80, in een zaak over pedagogisch professionals in de kinderopvang, dat tussen het bestuur van een kinderopvangstichting en de pedagogisch medewerker geen gezagsverhouding bestond. Daarbij woog mee dat de betrokken professionals hun werkzaamheden vanuit eigen vakdeskundigheid uitvoerden, zelf voor vervanging konden zorgen en mede financieel risico droegen. Deze omstandigheden duidden volgens de Hoge Raad op zelfstandigheid, ondanks het bestaan van organisatorische regels.
De uitspraak bevestigt een belangrijk uitgangspunt voor de sector: professionele autonomie en verantwoordelijkheid over de uitvoering van (pedagogische) taken wegen zwaar in de beoordeling of iemand onder gezag werkt.
Voor kinderopvangorganisaties en zzp’ers betekent dit dat – wanneer de inzet juridisch zorgvuldig is vormgegeven – de aanwezigheid van protocollen en kwaliteitsnormen op zichzelf niet voldoende is om een arbeidsovereenkomst af te leiden.
Net als bij de recente POH-uitspraak van het hof Den Bosch, draait het om de mate waarin een professional zelfstandig invulling geeft aan zijn of haar opdracht.
Zeker in de context van piek- & ziekdiensten, inhoudelijk specialistische opdrachten of tijdelijke inzet buiten de reguliere personeelsstructuur, biedt deze samenhangende rechtspraak een stevig juridisch kader voor de inzet van zelfstandige pedagogisch professionals – mits de contractuele werkelijkheid overeenkomt met de juridische kwalificatie.