Hoe zit dat nu eigenlijk?
Vandaag presenteert Minister Aartsen de Zelfstandigenwet en dat is goed nieuws voor de Kinderopvang.
De concept-Zelfstandigenwet introduceert daarin twee toetsen, te weten: a) de zelfstandigentoets deze kijkt naar de professional als ondernemer: de bedrijfsvoering, de opdrachtgevers en voorzieningen tegen ondernemersrisico’s en daarnaast b) de werkrelatietoets deze kijkt naar de afzonderlijke samenwerking: de bedoeling van partijen, vrijheid bij de uitvoering, tijd en plaats, en werken voor eigen rekening en risico.
Wanner wordt voldaan aan alle voorwaarden voldaan, dan bepaalt het wetsvoorstel dat er geen sprake is van werken ‘in dienst van’ een werkgever. Dat is wat men bedoelt met de veilige haven: geen arbeidsovereenkomst (op grond van artikel 7:610 BW) wanneer aan beide toetsen wordt voldaan.
Maar wat gebeurt er als je niet aan een voorwaarde voldoet? Dan is er niet per definitie sprake van een arbeidsovereenkomst. De bestaande beoordeling van de arbeidsrelatie blijft beschikbaar. Buiten de veilige haven betekent dus niet automatisch dat er sprake is van een arbeidsovereenkomst maar het betekent dat de arbeidsrelatie langs de bestaande regels moet worden beoordeeld.
In deze serie vertalen we de voorgestelde criteria naar herkenbare situaties in de kinderopvang en opdrachten via Tadaah. Van locatiekeuze tot protocollen, en van meerdere opdrachtgevers tot ondernemersrisico.
In het volgende deel: waarom een vaste opvanglocatie en vrije opdrachtkeuze naast elkaar kunnen bestaan. Bron: Conceptwettekst Zelfstandigenwet, artikel I.
Deze post bespreekt het consultatievoorstel van 1 oktober 2026. Het voorstel is nog geen geldend recht.